Transcript
Transcript
f.152r
E. Erentfeste hoochgeleerde, wijse seer voorsienige here,
Mijn here. Verscheidene oirsaken hebben mij bewogen, dat
ic neit aen V. E. geschreuen hebbe, Want de saken hier comende
in sulcken stand stonden, datmen niet wiste wat daer
van te gelouen, ofte geuoelen. Voor eerst sijn de selue
seer geretardeert geworden, deur de handelinge van den loosen
monick. daer naer deur de besoingen van de generale
gecommitteerde vt alle Provincien. Nu ist eijntlijck so wijt
geprocedert, dat de vier gecommitteerde van E. heren Staten
Generael de heren Barnefelt, Coenders, Biel vnd Hepke
herkens, na dat de heren van Emden communicatie te
holden mit den Engelsche constanter offgeslagen hadden, mit
den Engelsche in communicatie sijn getreden, vnde alle contracita-
tien so claer gedemonstrert, als de sonne aen den hemel
schijnt. Waer mede nochtans Wijnwöd hem niet heft
willen laten versadigen, al het oppositum holdende, ia heft
hem niet ontsien te seggen, nopens de zeebrieuen, dat die
bij die van Emden geconterfaict waren, doch nefens
hem op de Graefflijcke, daerop werde gesloten men soude
de Graefflijcke daerop horen, als ouerst de vre quam dat-
men compareren soude, liet Wijnwöd aen den her Barnefelt
weten, de Graefflijcke waren vtgereden. De saken also
wederom vtgestelt sijnde, sijn eijntlijck den 7.en deses tsamen
gecomen in Egmont behuijsinge, alwaer den eenen mit den
anderen de saken so claer gededuceert sijn, dat niemans
mit redenen daertegen conde. dienniettegenstaende begon der
Cantzeler aen te heuen mit aenroepinge des namen Godts,
hem danckende dat hij haer so lieff gehadt hadde, dat
sij voor de heren Conincklijcke gesanten etc. haer rechtuerdige
saken mochten verdedigen, ende dat eenige doren mochten open
gedaen worden, die so lange gesloten waren gewest.
f.152v
mit vele schrickelijcke dicentes. Daer naer tot de
sake comende sustineerde dat S. G. iure retentionis de
landsmiddelen behielde, want sijn G. waren 100000 £
toegesecht vnd hadde maer 35 duijsent ontfangen. op
betalinge des garnisoens seijde hij niet veel, dan Wijnwöd
presenterde wegen sijn Coninck 60 duijsent gulden te verschieten
tot betalinge des seluen. Op de Zeebrieuen seijde
dat S. G. geen meer segelen gebruijcket als een. hij
bekende wel de handt dan tsegel ontkende hij.
Die van Emden mochten het geconterfaict hebben, ofte
als sij S. G. huijsen berooffen mochten het segel mit
genomen hebben, somma maeckte het daer so heer, dat
wel d’Engelsche, maer niemand van de heren Staten hem
eenich gelooff toe stelden. Der Spenser worde bewogen
deur des Cantzelers leugen predick te seggen, voorwaer
die man moet recht hebben dat hij alles so modeste
ex tempore heer spreeckt, vnd mit sulcken constantie, lecht
dat costele argument eens ouer. Barnefelt antwoorde
Men heer legaet, dat argument is niet goed, wat hij
doet heft hij lange genuch gepraemediteert, want ter
hij tijts genuch gehadt heft, maer siet op het stuck
ende beschout de documenten van den heren van Emden. Wijnwöd
riep twas capitael datmen een sulcken vromen graue
false dorste accuseren. Barnefelt antwoorde, dat was
onrecht, dewijle sij iuris sui defendendi gratia sulx
moesten allegeren non animo iniuriandi. De Graefflijcke
vertoonden een missieue van den Graue onlanx geschreuen, waerinne
hij niet vergeten heft als galgen vnde raders. den
Engelschen te gemoet voerende hoe sij voor weijnige tijt
f.153r
gelt op sijn lijff geset hadden om hem nederschieten. nu
wilden sij hem tot een falsarium maken. ende dat alles so
bitter, dat een ijder van ons sich wel wachten mach
in sijn handen te comen. Jr. Wilhelm wil bewijsen
dat het verleggen vanden Eijlsumer Zijl, ende schattingen
daerop omgeslagen mit bewillinge der onderdanen geschiet
is, de Cantzeler wil bewijsen dat d’onderdanen die
vier witte schattingen ingewillicht, hebben, daer wil
hij cunnen op leggen heur clage daer sij restitutie
begeren. Somma het is so Godtloos dat ic daer niet
meer van mach schrijuen. Wat het besluijt nu sal
worden moeten wij verwachten. So wijt ist altijt ge-
bracht dat de heren bekennen dat onse clagen
rechtmatig sijn vnd ten vollen bewesen. Ende dat
de Graue gehouden wert voor eener die sijn
onderdanen schentloos verraden hefft. Ic vermerke
wel dat de heren becommerd sijn ouer onse sake,
ende hoe sij ons sullen redden, dringende aen d’een sijde
de veeluoldige beloften, ende gedane sommatie, aen d’andere
sijde heur iegenwoordige toestant, ende de Mat. van
Engelant, so oc dat Wijnwöd wel darff seggen ic
wed int tracteren van den liege sult ghij beuinden hoe
sijn Mat. geoffendert is. Wat daer eijntlijck nu sal
op comen willen wijt Godt Alm. met onse goede sake
beuelen. het laet sich oc aensien dat de heren tot een
resolutie sullen comen, achtende goedt te sijn dat wij van
hier comen, ouermits d’aenstaende electie. Haec raptim
vt vides. Vale Vir Clariss. et me ama, salutat
te dominus Althusius, 8. Nouemb 1607
Tui studiosiss.
S. v. Amama
f.153v
Clarissimo, Doctissimo
Ornatissimoque Viro Domino
Vbboni Emmio Scholae
Groninganae Rectori
digniss.
Gruningen.
- Titel
- Transcript
Onderdeel van Letter by Sixtus Amama to Ubbo Emmius d.d. 8 November 1607